‘Het
zijn crime scenes in wording, de plekken waar zo dadelijk een moord
gaat plaatsvinden. Bij nacht, onder een donkere stolp, op nat asfalt,
enkele regenplassen, in ondoorgrondelijke bosjes. Betonnen dromen vol
scheuren en onkruid. Overwoekerde maakbaarheid. Beslagen ramen van een
auto waar niemand in zit. Treinwagons die stil blijven staan. Een
Apocalyps in graffiti op de steunbeer van een viaduct. Het is hier meer
dan leeg. Het zijn duistere stadslandschappen waar je oog verlangend
reikt naar die enige lichtplek in al dat donker: de bushalte, de
frietkraam, de auto, het flatraam, het schijnsel van een lantaarnpaal,
de metrotoegang. Vluchtplekken bij uitstek – maar wel in de
verte.
Een industriegebied in Luik,haven van Antwerpen,metro in Berlijn,
viaduct in Verviers, spookachtige bouwplaatsen, een lege, eindeloze
tunnel . Plekken waar je nooit had willen zijn, maar waar je dagelijks
op uitkijkt. Hier blijkt plots alle bescherming nep, elke veiligheid
valse schijn. En ineens is daar die basale, onredelijke angst die
omhoog kruipt.
‘Join the night wolves’ leest het enorme billboard.’
Dorothée van Hooff 2010